Eerste Kamer neemt wetsvoorstel Wet arbeidsmarkt in balans aan

29 mei 2019 - De Eerste Kamer heeft op 28 mei 2019 het wetsvoorstel Wet arbeidsmarkt in balans aangenomen. Dit wetsvoorstel maakt deel uit van een integrale aanpak van het kabinet om de balans op de arbeidsmarkt te verbeteren. Daarbij worden langs vijf verschillende routes stappen gezet. De routes in het “spoorboekje” zijn door de Minister toegelicht; de meest relevante hebben wij hieronder samengevat.

Vast versus flex

Met de Wet arbeidsmarkt in balans wordt beoogd de kostenverschillen tussen vast en flex werken te verkleinen om oneerlijke concurrentie tegen te gaan. De belangrijkste maatregelen zijn:

  • De ketenregeling wordt verruimd (van 2 jaar naar 3 jaar)
  • Er komt een cumulatiegrond voor ontslag
  • De hoogte van de WW-premie wordt afhankelijk van de duur van de arbeidsovereenkomst (bepaalde of onbepaalde tijd). Er geldt een hoge premie voor tijdelijke arbeidsovereenkomsten, die 5%-punt hoger ligt dan de premie voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Daarbij wordt nog onderzocht of er een tussencategorie kan worden ingevoerd voor meerjarige, tijdelijke arbeidsovereenkomsten.
  • De hoge WW-premie geldt niet voor arbeidsovereenkomsten met jongeren onder 21 jaar die maximaal 12 uur per week arbeid verrichten.
  • Bij cao mag bij (kort gezegd) seizoensarbeid onder voorwaarden worden afgeweken van de regels voor oproepovereenkomsten.
  • Uitzendbedrijven worden vanaf 2020 ingedeeld in sector 52 ‘Uitzendbedrijven’. Payrollondernemingen worden vanaf 2020 in sector 45 ‘Zakelijke dienstverlening III’ ingedeeld. Dit is relevant voor de hoogte van de Whk-premies.

Deze maatregelen treden in  werking per 1 januari 2020.

Kostprijs

Door de verhoging van de WW-premie en de transitievergoeding vanaf de eerste dag stijgt de kostprijs van arbeid in 2020 met tenminste 2,95% ten opzichte van 2019. De overgang van vaksector naar sector 52 of van uitzenden naar payrollen is afhankelijk van de situatie. Neem voor meer informatie contact met ons op.

Payrolling

Payrollkrachten krijgen onder voorwaarden recht op een adequate pensioenregeling. Dit recht gaat per 1 januari 2021 gelden om alle partijen de gelegenheid te geven om die adequate pensioenregeling ook met elkaar af te spreken.

Minister Koolmees gaf in zijn toelichting van 24 mei jongstleden aan dat bij payrolling van belang is dat de werkgever geen allocatiefunctie heeft vervuld en dat sprake moet zijn van exclusieve terbeschikkingstelling.

Een leven lang ontwikkelen

De eerste route schenkt onder meer aandacht aan de vaardigheden die nodig zijn voor de arbeidsmarkt van de toekomst (een leven lang ontwikkelen, ook bij flexibele arbeidsrelaties). Het kabinet werkt aan een uitgavenregeling voor individuele leer- en ontwikkelbudgetten. Het is de verwachting dat deze regeling nog dit jaar kan worden gepubliceerd.

Ziekte en arbeidsongeschiktheid

Deze route biedt een pakket aan maatregelen die de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte voor werkgevers eenvoudiger, duidelijker en goedkoper moeten maken. In het najaar van 2019 wordt een voorstel voor wetswijziging aan de Tweede Kamer gestuurd. Hierin worden onder meer de volgende maatregelen opgenomen:

  • Er wordt een premiekorting voor werkgevers ingevoerd per 2021 als financiële tegemoetkoming voor de loondoorbetalingskosten.
  • Het medisch advies van een bedrijfsarts wordt leidend bij de zogenoemde Reïntegratieverplichtingen-toets (er volgt geen beoordeling meer door het UWV, wat de voorspelbaarheid van het systeem moet vergroten).
  • Het arbeidsongeschiktheidspercentage van een WIA-gerechtigde wordt gedurende 5 jaar niet verlaagd vanwege andere inkomsten. Mensen die vanuit de WIA aan het werk gaan, hebben daardoor meer zekerheid dat ze kunnen werken zonder dat ze het risico lopen er qua inkomen op achteruit te gaan.

ZZP-maatregelen

maatregelen die zien op het werken als zelfstandige. Deze maatregelen moeten het risico van een “waterbed-effect” naar zzp’ers (voortvloeiend uit de maatregelen in het wetsvoorstel Wet arbeidsmarkt in balans) tegengaan.

Het kabinet werkt daarbij aan een hervorming van het belastingstelsel waarbij alle aftrekposten, waaronder de zelfstandigenaftrek, geleidelijk worden afgebouwd naar het basistarief, een tarief van de eerste schijf. De eerste stap wordt per 1 januari 2020 gezet. Daarbij worden de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstaftrek tegen het basistarief afgetrokken. Ook fiscaal wordt er dus een stap gezet om bij te dragen aan verkleining van de verschillen in behandeling tussen werknemers en zzp'ers.

Voor de zomer wordt er meer bekend gemaakt over de toezichts- en handhavingsstrategie van de Belastingdienst (in navolging van de verbreding van de handhaving van de Wet DBA per 1 juli 2018). De uitwerking van de webmodule waarmee opdrachtgevers een opdrachtgeversverklaring kunnen verkrijgen, is naar verwachting begin 2020 gereed. Verdere maatregelen op het gebied van het werken als zelfstandige (zoals een minimumtarief voor zelfstandigen) worden verwacht in werking te treden per 2021.

Meer weten?

Wilt u meer informatie over de impact van deze ontwikkeling op uw organisatie? Neem dan contact op met Christina Akker per e-mail  of per telefoon via +31 (0)88 277 19 30 of met Daan Peperkamp per e-mail  of per telefoon via +31 (0)88 277 18 98. Zij helpen u graag verder.

Onze focus

Flexwerk_page_klein.png

Flexwork

Flexible work accounts for a substantial portion of the labour market and the number of flexible...

Event